Btw en de reisbureauregeling: marge of commissie, en wat je niet mag aftrekken
Wanneer de reisbureauregeling van de Wet OB geldt, hoe je de winstmarge berekent, waarom je de ingekochte btw niet mag aftrekken, en wat er anders is als je alleen bemiddelt en commissie ontvangt.
Dit is een gids, geen fiscaal of juridisch advies. Een echt geval, en zeker een gemengd geval met eigen prestaties erin, gaat naar een accountant of een belastingadviseur.
Het korte antwoord: er zijn twee regimes, en de knop ertussen is de vraag in wiens naam je verkoopt. Verkoop je een ingekochte reis op eigen naam aan de reiziger, dan geldt de reisbureauregeling en betaal je btw over je winstmarge. Bemiddel je in de verkoop van een reis van iemand anders, dan geldt die regeling niet: je levert een bemiddelingsdienst en de Belastingdienst zegt daarover "U hanteert voor uw bemiddelingsdienst hetzelfde btw-tarief als het reisbureau waar de reiziger de reis koopt."
Dat laatste verrast de meeste starters. Je commissie heeft dus geen vast eigen tarief, maar erft het tarief van de reis waarop je bemiddelde.
Wanneer de reisbureauregeling geldt
De regeling staat in afdeling 10 van hoofdstuk V van de Wet op de omzetbelasting 1968, artikelen 28z tot en met 28zg. Artikel 28z lid 1 stelt twee voorwaarden, en ze gelden samen:
- je handelt op eigen naam tegenover de reiziger;
- je maakt voor de totstandbrenging van de reizen gebruik van leveringen en diensten van andere ondernemers.
Lid 2 voegt toe dat reisorganisatoren, touroperators, voor de toepassing van deze afdeling als reisbureaus worden beschouwd. Een reisorganisator en een reisbureau zijn in de btw dus hetzelfde dier, zolang het op eigen naam gaat.
Artikel 28za maakt van alle handelingen samen één enkele dienst, de reisdienst, en legt de plaats van die dienst daar waar het reisbureau de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft van waaruit de dienst is verricht. Dat is de reden dat je niet per onderdeel in elk land btw gaat afdragen.
De Belastingdienst wijst nog op een grens: niet elke verkoop van een ingekochte reis is een reisdienst. Voeg je zelf goederen of diensten aan de reis toe, dan kan het om een eigen prestatie gaan, en die volgt de normale btw-regels. Diensten die je voor je bedrijfsvoering inkoopt en die de reiziger niet rechtstreeks ten goede komen, vallen ook buiten de regeling.
De marge: per tijdvak of per reis
Artikel 28zb lid 1 geeft je de keuze. De marge wordt berekend over:
| Methode | Hoe artikel 28zb het definieert |
|---|---|
| Winstmarge per tijdvak van aangifte | Het verschil tussen de som van de vergoedingen in dat tijdvak, btw daaronder begrepen, en de som van de in dat tijdvak werkelijk gedragen kosten voor goederen en diensten van andere ondernemers, mits die de reiziger rechtstreeks ten goede komen |
| Winstmarge per reis | Hetzelfde verschil, maar per reis gerekend |
Let op het detail dat de btw in de vergoeding zit en in de belastbare marge niet. Daarom reken je terug: de Belastingdienst schrijft dat je 21/121 van de tijdvakwinstmarge, of 21/121 van de winstmarge per reis, als te betalen btw in je aangifte opneemt.
De keuze die je maakt, geldt voor 5 jaar. Dat staat zo op de pagina van de Belastingdienst over het berekenen van de btw over de winstmarge, en het is dus geen jaarlijks te herzien knopje.
Een negatieve marge pakt per methode anders uit. Bij de methode per tijdvak kun je die volgens de Belastingdienst verrekenen met positieve winstmarges in hetzelfde kalenderjaar; artikel 28zd regelt de verrekening met het volgende tijdvak en de vaststelling van een jaarsaldo, met een teruggaaf op verzoek binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar. Bij de methode per reis meld je niets, en de Belastingdienst is daar expliciet: "De negatieve winstmarge op de ene reis kunt u niet verrekenen met een positieve winstmarge op een andere reis."
Wat je niet mag aftrekken
Dit is het hart van de regeling, en het is één artikel. Artikel 28ze Wet OB: de btw die andere ondernemers aan het reisbureau in rekening brengen voor handelingen die de reiziger rechtstreeks ten goede komen, komt niet voor aftrek of teruggaaf in aanmerking.
Dus: de btw op het hotel, het vervoer, de excursie en de maaltijd die je voor de reiziger inkoopt, is voor jou kostprijs. De Belastingdienst voegt eraan toe dat je die ook niet in een ander EU-land kunt terugvragen.
Wat wel aftrekbaar blijft, is de btw op je gewone bedrijfskosten, de dingen die de reiziger niet rechtstreeks ten goede komen: je huur, je boekhoudpakket, je marketing. De scheidslijn is precies die formulering uit de wet, en dat is ook de scheidslijn die in een controle wordt nagelopen.
Reizen buiten de EU
Artikel 28zc stelt de dienst van het reisbureau gelijk aan een handeling van een tussenpersoon uit tabel II, onderdeel b, post 4, als de ingekochte handelingen buiten de Unie worden verricht. In de praktijk betekent dat 0 procent. De Belastingdienst zegt het eenvoudiger: "Dan past u op de winstmarge van zo'n reis het 0%-tarief toe."
| Waar de ingekochte diensten worden verricht | Tarief over je winstmarge |
|---|---|
| Binnen de EU | 21 procent |
| Buiten de EU | 0 procent |
| Deels binnen, deels buiten | 21 procent over het EU-deel, 0 procent over het niet-EU-deel |
De tweede volzin van artikel 28zc is de wettelijke basis voor dat splitsen: alleen het gedeelte van de dienst dat de buiten de Unie verrichte handelingen betreft, wordt gelijkgesteld.
Er is één uitzondering die de Belastingdienst noemt en die veel geld kan schelen: koop je één ticket in voor direct vervoer per vliegtuig of boot met een vertrek- of aankomstpunt in de EU en een bestemming buiten de EU, dan mag je het 0 procent-tarief op je hele winstmarge toepassen.
De factuur
Twee regels, en ze zijn allebei dwingend.
Artikel 28zf lid 2 Wet OB: het is het reisbureau niet toegestaan de belasting afzonderlijk te vermelden op de factuur voor de reisdienst. Geen btw-regel onderaan, geen uitgesplitst bedrag.
Artikel 35a lid 1 onderdeel o Wet OB: als de bijzondere regeling voor reisbureaus wordt gehanteerd, vermeldt de factuur "bijzondere regeling reisbureaus". Dat is geen vrije formulering maar de tekst die de wet voorschrijft.
Als je alleen bemiddelt
Veel ondernemingen die zich reisbureau noemen, vallen helemaal niet onder de reisbureauregeling, omdat ze alleen bemiddelen en niet op eigen naam tegenover de reiziger handelen. De Belastingdienst zegt het zo: "Als u alleen bemiddelt bij de verkoop van reizen geldt de reisbureauregeling niet."
Twee gevolgen.
Het tarief van je commissie volgt de reis. Je hanteert voor je bemiddelingsdienst hetzelfde btw-tarief als het reisbureau waar de reiziger de reis koopt. Was die reis belast tegen 0 procent, dan is je bemiddeling dat ook; was ze belast tegen 21 procent, dan geldt dat ook voor jouw dienst.
Hoe je de vergoeding noemt, verandert niets. De Belastingdienst noemt boekingskosten, administratiekosten, reserveringskosten en handling fee in één adem: het zijn allemaal namen voor de vergoeding van je bemiddelingsdienst.
Dat is ook de reden dat een kantoor dat deels bemiddelt en deels op eigen naam pakketten samenstelt, in de btw twee administraties naast elkaar heeft lopen. Dat is te doen, maar het moet vanaf de eerste factuur zuiver zijn ingericht, niet achteraf.
Bronnen
Wet op de omzetbelasting 1968, hoofdstuk V afdeling 10, artikelen 28z, 28za, 28zb, 28zc, 28zd, 28ze en 28zf, en artikel 35a lid 1 onderdeel o, tekst geldig op 1 januari 2026, gelezen op wetten.overheid.nl op 5 oktober 2026. Belastingdienst, "Reisbureauregeling voor de btw", "Wanneer geldt de reisbureauregeling?", "Wanneer geldt de reisbureauregeling niet?", "Btw over de winstmarge berekenen bij reisdiensten", "Aangifte doen bij reisdiensten" en "Reizen buiten de EU", gelezen op belastingdienst.nl op 5 oktober 2026.
Niet in deze gids: bedragen of percentages die de Belastingdienst niet publiceert. Het enige tariefgetal dat hier staat, 21 procent en de breuk 21/121, komt van die pagina's.
Een inkomstenpost zonder voorraad
Wie met de marge werkt, weet dat elke ingekochte euro btw blijft hangen. Daarom is het nuttig te weten welke omzet daar niet mee te maken heeft: de dataverbinding van de klant op bestemming is een losse verkoop, zonder inkoop vooraf en zonder voorraad, en de klant geeft dat geld toch uit.
Wil je zien hoe dat werkt, dan staat het programma voor reisbureaus online. Voor de rest van de basis: reisbureau beginnen en de SGR-garantie.
Korte antwoorden
Wanneer geldt de reisbureauregeling voor de btw?
Als je op eigen naam tegenover de reiziger handelt en voor de reis gebruikmaakt van leveringen en diensten van andere ondernemers (art. 28z lid 1 Wet OB). Reisorganisatoren worden daarbij als reisbureaus beschouwd (lid 2). Bemiddel je alleen, in naam van een ander, dan geldt de regeling niet.
Hoe werkt de margeregeling voor een reisbureau?
Je betaalt btw over je winstmarge, naar keuze per tijdvak van aangifte of per reis (art. 28zb Wet OB), en die keuze geldt vijf jaar. De marge is de vergoeding inclusief btw min de werkelijk gedragen kosten van andere ondernemers die de reiziger rechtstreeks ten goede komen. De te betalen btw is 21/121 van die marge. Ligt de inkoop buiten de EU, dan is het tarief 0 procent, met een splitsing bij gemengde reizen.
Wat mag een reisbureau niet aftrekken?
De btw die andere ondernemers in rekening brengen voor handelingen die de reiziger rechtstreeks ten goede komen, zoals hotel, vervoer en excursies, komt niet voor aftrek of teruggaaf in aanmerking (art. 28ze Wet OB), ook niet in een ander EU-land. De btw op gewone bedrijfskosten die de reiziger niet rechtstreeks ten goede komen, blijft normaal aftrekbaar.